|
Anatomie heup & benen
hoofd & hals - armen - thorax & mammae - hart & longen - abdomen - bekken & geslachtsdelen - buikwand & rug - heup & benen
   
   
   
   
| Mechanisme |
Indirect geweld door geforceerde eversie/exorotatie. Komt voornamelijk voor bij jonge
mensen.
|
|
| Classificatie |
|
De 2 meest gebruikte classificaties zijn die volgens Weber en Lauge-Hansen. De Weber is gebaseerd op
de hoogte van de fibulafractuur ten opzichte van de syndesmose,
terwijl de Lauge-Hanse het mechanisme verklaart.
Weber A, B en C zijn essentieel dezelfde als respectievelijk
Lauge-Hansen SA, SE en PE . |
|
| Weber
|
 |
| Weber A :
fractuurlijn distaal van de syndesmose (23%). |
| Weber B :
fractuurlijn ter hoogte van de syndesmose (50-60%)
. |
| Weber C :
fractuurlijn boven de syndesmose
(20%). Soms zeer hoog: Maisonneuve.
|
|
|
|
|
| Lauge-Hansen
|
|
De classificatie informeert over het traumamechanisme. Anamnestisch
wordt bepaald hoed de stand van de voet was
ten tijde van het trauma (in supinatie of pronatie) en welke
beweging
er is gemaakt (eversie of adductie).
Hieruit kan men distilleren welke ossale en ligamentaire structuren er wellicht gelaedeerd
zijn, hetgeen directe consequenties heeft voor de
behandeling. Er zijn 5 typen LH-fracturen (supinatie-adductie (SA), pronatie-abductie (PA), supinatie-eversie
(SE), pronatie-eversie (PE) en pronatie-dorsiflexie
(PD)). De eerste naam geeft de stand van de voet weer op het moment van het trauma, terwijl de tweede naam de krachtwerking weergeeft.
|
|
|
Supinatie-Eversie (SE)

|
Komt overeen met Weber B (50-60% van alle enkelfracturen. )In de Nederlandse literatuur wordt meestal de term supinatie-eversie (SE) gebruikt, terwijl de Angelsaksische
literatuur de originele benaming hanteert ie. supination-external rotation
(SER). Betreft meest voorkomend mechanisme. De krachtwerking en dus de
breuklijn, begint aan de voorzijde van de enkel, roteert vervolgens (anterieur) rond de enkel naar lateraal en draait achter de
enkel langs om te eindigen aan de mediale zijde.
|
|
|
| |
|
| SE1 |
ruptuur
van voorste vorkband (lig tibiofibularis ant)
of |
|
een kleine avulsiefractuur van de voorzijde van de
tibia (Tillaux-Chaputfractuur) of |
|
een kleine avulsiefractuur van de voorzijde van de fibula (Le Fort-Wagstaffefractuur). |
| SE 2 |
SE
1 + spiraal-
of obliquefractuur van de malleolus
lateralis.
|
| SE 3 |
SE
2 + ruptuur van achterste vorkband (lig tibiofibularis
posterior) en/of fractuur van malleolus
tertius. |
| SE 4 |
SE
3 + fractuur van de malleolus medialis. |
| |
|
|
|
Pronatie-Eversie (PE)
 |
Komt overeen met Weber C (20% van alle enkelfrcturen). In de Nederlandse literatuur wordt meestal de term pronatie-eversie (SE) gebruikt, terwijl de Angelsaksische
literatuur de originele benaming hanteert ie. pornation-external rotation
(PER). Analoog aan het SE-mechanisme, roteert de
krachtwerking om de enkel, echter de krachtinwerking, en dus de schade, begint
aan de mediale zijde, draait voorlangs de enkel naar lateraal en eindigt aan de
achterzijde. |
|
|
| PE 1 |
scheur
in het lig. deltoïdeum en/of fractuur van de malleolus medialis
|
| PE 2 |
PE
1 + scheuring van de voorste vorkband (lig tibiofibularis
anterior)
of |
|
een kleine avulsiefractuur van de voorzijde van de tibia
(Tillaux-Chaputfractuur) of |
|
een kleine avulsiefractuur van de voorzijde van de fibula (Le Fort-Wagstaffefractuur) |
| PE
3 |
PE2 + scheur
van de membrana interosseous
+ hoge fractuur van de fibula (Maisonneuve fractuur)
|
| PE 4 |
PE
3 + ruptuur van achterste vorkband (lig tibiofibularis
posterior) en/of fractuur van malleolus tertius |
|
|
|
|
| Supinatie-Adductie (SA) |
= Weber
A (20-25%) |
|
|
| SA 1 |
fractuur van malleolus lateralis
distaal van de vorkbanden en/of ruptuur van lig. tibiofibularis
ant./post.
|
| SA 2 |
SA
1 + oblique fractuur van de malleolus
medialis.
|
|
|
| |
|
| Pronatie-Abductie (PA) |
5%
|
|
|
| PA 1 |
fractuur
van de malleolus medialis of ruptuur van het lig.
deltoïdeum
|
| PA 2 |
PA
1 + ruptuur achterste vorkband (lig tibiofibularis posterior) èn de voorste
vorkband (lig tibiofibularis anterior),
al-dan-niet met Tillaux-Chaputfractuur
en/of Fort-Wagstaffefractuur
. |
| PA 3 |
PA
2 + oblique fractuur van de malleolus
lateralis proximaal van de vorkbanden.
|
| |
|
|
|
| Pronatie-Dorsiflexie (PD) |
|
|
|
| PD 1 |
fractuur
van de malleolus medialis of ruptuur van het lig.
deltoïdeum |
| PD 2 |
PA
1 + ruptuur voorste vorkband (lig tibiofibularis anterior) |
| PD 3 |
PA
2 + transversale fractuur van de malleolus lateralis proximaal van de vorkbanden |
| PD 4 |
PA
3 + fractuur van de distale tibia
(Pilon tibiale).
|
|
|
|
|
| Diagnose
|
|
|
|
| Lichamelijk onderzoek
|
Lokaal haematoom, abnormale beweeglijkheid, asdrukpijn, patient kan er niet op staan. |
|
|
| Röntgenonderzoek (Mortise view) |
Indien de Ottawa Ankle Rules worden gehanteerd, worden 47% minder foto’s
gemaakt. Deze kosten- en stralingsreductie resulteert
in slechts 1% van de patiënten in gemiste fracturen (omdat er geen foto is
gemaakt). Dit is acceptabel!
|
| Ottawa Ankle Rules: maak een X-enkel (Morrison view) indien:
|
| 1. patiënt de voet niet kon en kan belasten (vraag en
observeer of hij/zij 4 stappen kan lopen) |
| 2. drukpijn posterior van of op de
tip van laterale malleolus (palpeer distale 6 cm van fibul |
| 3. drukpijn posterior van of op de
tip van mediale malleolus (palpeer distale 6 cm van mediale malleolus). |
|
|
|
|
|
|
Behandeling
Conservatief
-
Ongedisloceerde fracturen dwz.
geen enkelvorkverbreding dwz <2 mm afwijking in dwarse richting en niet meer dan 1 mm
fibulaverkorting. De enkelvork mag niet verbreed zijn en het oppervlak van het malleolus tertiusfragment mag niet meer dan 1/3
van het gewrichtsoppervlak zijn bedragen. Alhoewel er
scholen zijn (Van der Werken), die vinden dat het loont om laagdrempeliger de tertius te
fixeren.
- Weber A 1
week onderbeenachterspalk en 4 weken tape.
- Weber B 1
week onderbeenachterspalk, 5 weken circulair onderbeenloopgips.
- Een geïsoleerde mediale malleolusfractuur zonder dislocatie kan behandeld worden zoals een Weber B
Operatief
- Indien de operatie paar uur dreigt uitgesteld te worden
(meestal!), dan onderbeen gipsachterspalk geven (bridge to surgery).
- Altijd lateraal beginnen, maar de osteosynthese pas aanbrengen als je jezelf ervan vergewist hebt dat er geen interpositie aan
de mediale malleolus zit. Bij
twijfel eerst deze interpositie opheffen, dan de laterale fixatie aanbrengen,
en uiteindelijk de mediale malleolus fixeren.
- ORIF. Mediale malleolus kan gefixeerd worden met Zuggertungfixatie of
schroeven. Laterale malleoulus met plaatosteosynthese (bijv. Drittelrohr).
Zie AO-manual.
- Rupturen van het ligamtum deltoïdeum worden operatief niet gehecht.
- Peroperatief te allen tijde de
stabiliteit van de syndesmosen testen. Ook al staat,
na ORIF, de enkelvork tijdens doorlichting
fantastisch (je bent al snel tevreden met je eigen creatie), test de
stabiliteit van het het bovenste sponggewricht.
Indien deze tijdens doorlichting spouwt, dan
stelschroef aanbrengen. VOSM van deze stelschroef als patient gaat mobiliseren, dus na 6 weken). De schroef breekt namelijk vrijwel zeker durante mobilisatie.
Nabehandeling
-
Hoogstand aangedaan been durante 5
dagen.
- Ofwel in toto 6 weken onbelast mobiliseren.
-
Ofwel 3 weken circulair onderbeengips gevolgd door 3 weken
onderbeenloopgips.
-
Fysiotherapie postoperatief in ziekenhuis om patiënten
onbelast te leren mobiliseren (streef ernaar dat patiënten een trap op en
af kan met krukken). Laagdrempelig met perifere fysiotherapie. In principe
ouderen altijd.
-
Let op spitsvoet. Overdag actief oefenen met band, en
’s nachts achterspalk.
-
Poli chirurgie na 1, 6 en 12 weken en na 6 en 12 maanden (allen met X-enkel).
-
Genezingsperiode bedraagt 6 weken.
-
Arbeidongeschiktheid bedraagt ca. 3 maanden, maar leg goed
uit dat patiënten, van maanden tot 1 jaar, pijn en een dikke enkel kunnen
hebben. Tevens kunnen ze langdurig moeite met afwikkelen houden (zie
complicaties).
-
VOSM stelschroef na 6 weken.
-
VOSM rest: alleen bij persisterende pijnklachten of
infectie, en het liefst pas na 1 jaar.
Operatieverslag:
Laterale
malleolus: plaatosteosynthese / Mediale malleoulus: Zuggertungfixatie.
Rugligging
met knie in flexie zodat de voetzool op tafel leunt. Spinaal of anaesthesie, Kefzol 2 gram IV propylaxis 1 uur pre-operatief.
Altijd lateraal beginnen, want na laterale repositie en fixatie, reponeert de mediale malleolus meestal spontaan, waarbij de enkelvork congruent is! Indien dit niet het
geval is, moet de gewrichtspleet aan de mediale zijde geëxploreerd worden,
want dan zal er weefsel geïnterponeerd zitten.
Laterale malleolus: Ter hoogte van laterale malleolus lengte-incisie en S-vormig achter malleolus langs. Fractuurhaard
a vue brengen (let op iatrogene weke delenschade: don’t harm any further). Verwijderen interponaat met tandartshaakje, spoelen. Periosteum met rasp
wegduwen zodat aan beide fractuurdelen 2 mm van het bot vrijligt van periosteum. Repositie met Weberklemmen en fixeren met een ….-gats Drittelrohrplaat, die laterodorsaal van de fibula wordt bevestigd (altijd minimaal 2 gaten proximaal van fractuur
vullen met bicorticale schroeven en 2 gaten distaal
van fractuur (spongiosa of bicorticaalschroeven; treksschroef doorheen fractuurhaar bij schuine fractuur). Onder doorlichting wordt de
stand gecheckt. De enkelvork staat mooi congruent. Derhalve zal ik de mediale gewrichtsspleet niet exploreren. Sluiten huid met doorlopend Ethylon 3.0 over redondrain.
Mediale malleolus: Lengte-incisie
over mediale malleolus, waarbij ik voorlangs de
mediale malleolus snij. Verwijderen interponaat. Inspectie gewricht is goed mogelijk.
Repositie fragment en fixeren met een tweetal evenwijdig lopende K-draden, die middels een Vicryldraad en proximaal schroefje een Zuggertungspanosteosynthese vervolledigen. Controle onder
doorlichting. Sluiten huid met doorlopend Ethylon 3.0 over Redonse drain.
Nabehandeling: 24 uur drukverband; redonsdrains 24 uur laten zitten, 6 weken onbelast functioneel.
Complicaties
Persisterende zwelling en verminderde dorsaalflexie: Leg aan de patient uit dat enkeltraumata (distorsie & fracturen) gepaard gaan met langdurige intermitterende zwelling, zeurende pijnklachten en dysfunctie. Dit kan maanden tot 1 jaar aanhouden.
Arthrose van het bovenste
spronggewricht (arthrodese kan oplossing bieden).
Chronische pijnklachten (arthrodese kan oplossing bieden).
Bron
Letsels van het steun/ en bewegingsapparaat. 1ste editie. Van der Werken 2000.
Rockwood fracture in Adults. 5de editie. Buchholz en Heckman 2001.
Het protocol letsels van het steun- en bewegingingsapparaat. Traumaregio Oost UMCN Radboud 2006.
Wheeless CR. Wheeless' Textbook of Orthopaedics 2007.
Update
06.11.2007 2:19 PM
|