Anatomie
hoofd & hals - armen - thorax & mammae - hart & longen - abdomen - bekken & geslachtsdelen - buikwand & rug - heup & benen
   
   
   
   
   
   
   
Mechanisme
Directe inwerkende kracht op het trochantermassief
Diagnose
Zwelling, pijn, abnormale stand en functio laesa.
Exoratie met verkorting.
AP-bekken en axiale opname van de heup.
Classificatie
 |
 |
| AO classificatie |
Evans classificatie |
Er zijn verschillende classificatiesystemen,
maar in de Angelsaksische literatuur worden deA0-
en Evans-classificaties het meest gebruikt. De relevantie van deze systemen is om een onderscheid te
maken in stabiele en instabiele fracturen, hetgeen relevant
is voor de behandeling. Geresumeerd: indien de trochanter minor bij de fractuur betrokken is, is er geen afsteuning meer voor een DHS.
Hierdoor is er sprake van een instabiele situatie, waardoor de DHS vervalt, en
de keuze dient te vallen op
een intra-medullaire pen (afhankelijk van voorkeur
van de operateur).
Behandeling
1. Operatief
Indicatie: Stabiele fractuur (A0 A1; Evan 1-2).
Behandeling: DHS.
Nabehandeling: belast
mobiliseren. Controle met foto’s na 2 en 6 weken, na 6, 12 en 24 maanden.
2. Operatief
Indicatie: Instabiele fractuur (A0 A2-A3; Evans 3-5).
Behandeling: AO-ongeboorde femurpen met spiraalplaat
, PFN of y-Nail.
Nabehandeling: in
principe belast mobiliseren, tenzij operateur anders beslist (bijv. instabiel na ORIF).
controle
met foto’s na 2 en 6 weken, na 6, 12 en 24 maanden.
Complicaties
-Beenverkorting
-Sec. dislocatie van de fractuur (osteoporose of insufficiente fixatietechniek)
-Rotatie-afwijking
-Immobilisatiecomplicaties: luchtweginfectie, urineweginfectie, embolien)
-Zenuwletsel (iatrogeen tgv, overstrekking op de operatietafel)
-Myositis ossificans
-Pseudo-arthrose
-Mentale achteruitgang (dementie) en delirium
Operatieverslagen
Operatieverslag Dynamische Heup Schroef (DHS)
Algehele anesthesie, AB prophylaxis, patient wordt op de extensietafel gepositioneerd. Het
contralaterale been wordt geabduceerd, zodanig dat de
n. peroneus vrijligt. Onder
röntgendoorlichting wordt de fractuur gereponeerd,
enigszins in valgus. De voet wordt ge-endoroteerd. Desinfectie en
steriel afdekken. Laterale incisie caudaal van het trochanter. Openen van de fascia lata; over het septum intermusculare wordt het femur vrijgelegd. Perforerende bloedvaatjes worden geligeerd. Met Homann-retractoren wordt de m. vastus lateralis opzij gehouden. Onder röntgendoorlichting wordt een excentrische K-draad in de heupkop geboord om rotatie ervan te
voorkomen. Met het 135 graden richtapparaat wordt onder beeldversterking in
twee richtingen een 2.5 mm K-draad geboord, tot deze
perfect ligt in beide richtingen. Uiteindelijk ligt de K-draad in AP-richting caudaal in het collum en centraal in de kop. In laterale
richting ligt de K-draad dorso-centraal in collum en kop. De tip ligt juist subchondraal. We meten een X mm DHS-schroeflengte.
Met de 3-traps boor wordt het gat gemaakt voor de schroef. Hierna tappen.
Introductie van een X - 5mm schroef, zodanig dat de kop subchondraal ligt, de winding de fractuur volledig
passeert en het handvat van de schroevendraaier parallel aan de femurschacht staat. De excentrische K-draad wordt verwijderd. Over de schroef heen wordt een 2-gats plaat geplaatst tegen
de laterale cortex aan. Verwijderen van K-draad.
Fixatie van de plaat met 2 corticalisschroeven. Het
been wordt ontdaan van tractie. Onder doorlichting wordt de stand van fractuur
en DHS gedocumenteerd. Na haemostase wordt de fascia lata gesloten met
voortlopende PDS 1 over een Redonse drain. Huid sluiten met agraves. Nabehandeling: primair belast mobiliseren bij
stabiele fracturen. Controlefoto 1 week na belasting, 6 weken en na 3 maanden.
Operatieverslag Pertrochantaire Femur Nail (PFN)
Narcose. Kefzol 2 gram prophylaxis. Opleggen
op extensietafel, te opereren been met polstering van
synthetische watten in tractieschoen; tractie in lengterichting, licht omhoog
lopend en in lichte adductie. Aangezien het meestal
om smalle bejaardenvoeten gaat die tijdens de tractie de schoen uit dreigen te
schieten, wordt de gehele schoen stevig “gezwachteld”. Het gezonde been wordt in abductie en gepolsterd in een tractieschoen gelegd. Een andere methode is om het contralaterale been in Allen beensteunen
te flexeren. Romp patient zijdelings wegdraaien naar gezonde zijde. De ipsilaterale
arm over de romp wegplakken met tape. Beeldversterker aan gezonde zijde,
repositie van de fraktuur onder doorlichting. Op de
huid afteken van trochanter major en asrichting femur. Opstellen gordijnroede op infuuspalen. Na joderen (vanaf de
bekkenkam tot voorbij de knie en rekening houdende met een open repositie)
en opdrogen, vierkant afdekken. Aanbrengen verticale isolatiedrape,
plakken op incisieplaats ter hoogte van de heup, plakken op de gordijnroede (niet te strak, want de röntgencollector moet ruim tussen gordijnroede en femur door kunnen
gaan). Incisie
vanaf het trochanter major over een lengte van 10 cm
naar craniaal. Klieven van de fascia lata en de spierfascie van
de gluteus musculatuur, waarna de m. gluteus medius in de vezelrichting wordt gekliefd. We vallen
nu in de ruimte dorsaal en craniaal van de trochanter. Juist mediodorsaal van de trochanterpunt wordt met dikke Steinmampen, een holle beitel of een priem toegang
verkregen tot het femur. Invoeren van de boordoorn
met licht gebogen knop in het proximale fragment, repositie en doorvoeren in distale fragment. De boordoorn wordt tot tussen de condylen ingeslagen. Opboren van het mergkanaal in etappes,
met een 5 mm oplopend. Meestal kan worden volstaan met een pen van 12 mm. De
pendiameter is steeds 1 mm dunner dan de boordiameter. Wissel de boorhouder bij
gebruik van een boor dikker dan 13 mm. De boordoorn wordt nu verwisseld voor de
4 mm voerdraad met behulp van de plastic buis. Meet lengte van de in te brengen mergpen. Opbouwen van mergpen en inslaan onder doorlichting-controle. Bij elke slag
moet de mergpen vorderen! Afhankelijk van
fractuurtype wordt nu proximaal dan wel distaal vergrendeld, proximaal met
behulp van richthendel, trocart en 4,5 mm boor,
distaal volgens de zogenaamde "free hand"
techniek met behulp van de röntgendoorlaatbare boor. Grondig uitspoelen
van heupwond (boormeel), sluiten van de fascie over redon-drain met Vicryl 0 en de
huid met Monocryl 3.0 over een subcutane redondrain.
Nabehandeling: aangezien
het om instabiele fracturen gaat hangt de belastbaarheid af, van de verkregen situatie
na de ORIF. Controlefoto na 1 week, 6 weken
en na 3 maanden.
Bron
Letsels van het steun/ en bewegingsapparaat. 1ste editie. Van der Werken 2000.
Rockwood fracture in Adults. 5de editie. Buchholz en Heckman 2001.
Het protocol letsels van het steun- en bewegingingsapparaat. Traumaregio Oost UMCN Radboud 2006.
Wheeless CR. Wheeless' Textbook of Orthopaedics 2007.
Update
25.06.2009
|