Vingers zo kort als mogelijk immobiliseren. Indien mogelijk een “living
splint” gebruiken. Naast liggende
vingers tevens immobiliseren in het gips. Een schuine fracturen dreigt in te
zakken. Probeer onder tractie vinger op lengte te krijgen en fixeer het geheel
in een tractiespalk (K-draad doorheen distale phalanx). Een stabiele fractuur,
die niet gereponeerd hoeft te worden, mag je uitbehandelen met een “living
splint”. Geen aluspalk
gebruiken.
|