Ziektebeeld
Haemorrhoiden
Gerelateerde onderwerpen
Specifiek fissura ani, fistula ani, stenosis ani, rectumprolaps, anuscarcinoom.
Algemeen algemene info rondom een operatie, toestemming voor een operatie.

 

Anatomie

       
figuur 1 figuur 2 figuur 3 figuur 4
figuur 5 figuur 6 figuur 7 figuur 8

 

Inleiding

Haemorrhoiden (Grieks: haem=bloed; rhoos=stroming) oftwel de anale "pijlers" bestaan uit anale kussens (engelstalige literatuur= cushions). Deze cushions zijn normale structuren, bevinden zich in het anale kanaal ter hoogte van de anale kolommen van Morgagni en per definitie juist boven de linea dentata en de anorectale overgang (figuur 7 en 8). Het betreft derhalve per definitie interne haemorrhoiden! Deze haemorrhoiden lopen weliswaar circulair, maar manifesteren zich proctoscopisch als 3 grote pijlers op respectievelijk 3, 7 en 11 uur in rugligging. Ze bestaan uit mucosa (transitioneel en "columnar" epitheel), submucosale fibro-elastische vezels, gladde spiervezels en een arterioveneuze plexus. De pijlers supplementeren de anale sfincter bij continentie voor gas en vloeistof. In rusttoestand vullen deze pijlers zich met bloed, terwijl bij verhoogde druk (persen) de kussentjes zich ledigen. De functie is normaal als de cushions op zijn plaats gehouden worden door de submucosale gladde spierenvezels en fibro-elastische vezels (vezels van Treitz). Indien deze vezels uitgerokken worden, dan verplaatst de haemorrhoid zich caudaalwaarts en prolabeert eventueel. Door de prolaps komt de veneuze afvloed in het gedrang, terwijl de arteriele aanvoer continueert. Deze vicieuze circel resulteert in nog meer zwelling van de haemorrhoid. Predisponerende factoren hiervoor zijn constipatie, diarree, staande beroepen, afwezige kleppen in het de haemorrhoidale veneuze plexus en verminderde veneuze retour door verhoogde intra-abdominale druk (portale hypertensie, zwangerschap). De klachten bestaan uit bloedverlies per anum en een vervelend prolaberend gevoel, die soms indrukwekkend vormen kan aannemen. De mate van prolaps worden onderverdeeld in 4 categorien (zie: Symptomen). De behandeling hangt af van de mate van klachten (zie: Behandeling).

Externe haemorrhoiden bestaan uit de veneuze plexus en bevinden zich per definitie onder (!) de linea dentata.  Ze worden bekleed door squameus epitheel, geven meestal geen anaal bloedverlies. Bij acute thrombosering van de veneuze plexus leidt dit tot veel pijn (figuur 9). Behoudens bij acute thrombosering is er geen indicatie voor chirurgische interventie.

Skin tags zijn huidoverschotten de peri-anale huid en duidt erop dat patient een getromboseerde externe(!) haemorrhoid heeft gehad (figuur 10). Deze behoeven in principe geen chirurgische, tenzij ze als lastig (blijven hangen achter kleding) worden ervaren of vanuit esthetisch oogpunt.

   
         

             figuur 9                                       figuur 10

 

Symptomen

Graad 1: bloedverlies maar geen prolaps.

Graad 2: bloedverlies met prolaps, die spontaan reduceert (figuren 11 en 12).

Graad 3: bloedverlies met prolaps, die niet spontaan reduceert, en manueel teruggeduwd moet worden (figuur 12). Dit klinisch beeld laat zich soms moeilijk differentieren van een rectumprolaps (figuur 14).

Graad 4: bloedverlies met prolaps, die zich manueel niet laat reponeren (figuur 13). Door stuwing meestal gepaard met getroboseerde externe (!) haemorrhoiden. Dit klinisch beeld laat zich soms moeilijk differentieren van een rectumprolaps (figuur 14).

       
figuur 11 figuur 12 figuur 13 figuur 14

 

Behandeling

Graad 1 en 2 haemorrhoiden behoeven initieel geen chirurgische interventie, maar verdienen eerste een conservatieve behandeling met vezelrijk voedsel of vezelbevattende medicatie. Sommige patienten hebben meer baat bij laxantia. Populaire lokale applicaties met allerlei zalfjes (bv Sperti®, steroiden, lokale analgetica) hebben hun waarde in clinische trials niet bewezen, en hebben derhalve geen plaats in de regulaire behandeling. Indien vezelrijke voeding en/of laxantia niet-afdoende helpen, kan men overgaan tot interventie:
 

  • Rubberbandligatie (Barron): per sessie worden 3 elastiekjes om de basis van het haemorrhoidale weefsel geschoten, hetgeen resulteert in strangulatie en binnen een paar dagen in necrose (figuur 15). De wond fibroseert met fixatie van de omliggende anale mucosa, waardoor er minder kans op prolaps is. In principe mag durante de ingreep geen pijn optreden, want de bandje moeten boven de linea dentata geschoten worden (geen sensibiliteit). Indien toch pijn, verwijder het elastiek, en doe het opnieuw, want patient meld zich een paar uur later met veel pijn op de SEH. In geselcteerde groepen wordt een succespercentage van 60-80% beschreven reeds na 1 sessie2. In 2-5% wordt een nabloeding beschreven. Zie Operatieverslag onderaan.
  • Sclerotherapie: Scleroserende agentia die gebruikt worden bevatten i) in olie oplosbare phenol, of ii) natriumtertradecysulfaat. De agentia worden thv de anorectalelijn, juist boven de haemorrhoidale plexi aan de basis ervan, submucosaal geinjecteerd. De resulterende ontsteking zou ertoe bijdragen dat de arteriele aanvoer van de plexus gereduceerd wordt. Daarnaast zou er fibrosering plaatsvinden (zie Rubberbandligatie). In 70% wordt succes geboekt. Complicaties zijn te diepe injecties met perirectale fibrosring, infectie en urethraletsel tot gevolg. Prostaatinjecties en zelfs sepsis zijn niet zeldzaam.
  • Cryo- en diathermische excisie en IR-fotocoagulatie worden sporadisch uitgevoerd, maar ook dit heeft de meerwaarde boven vezelrijk dieet eventueel aangevuld met rubberbandligatie niet bewezen.
  • Bij peristerende graad 3 haemorrhoiden die niet reageren op vezels en successievelijk ligaties/sclerosering is chirurgische interventie te overwegen. Bij graad 4 is er zeker een chirurgische indicatie. Vroeger werd een radicale haemorrhoidectomie (inwendige en uitwendige) uitgevoerd. In 1935 introduceerden Milligan-Morgan een  beperktere  uitvoering hiervan, namelijk de open 3-pijler haemorrhoidectomie (figuur 16 en 17). Deze Milligan-Morgan procedure (ofwel St-Marks procedure) bestaat uit excisie van de 3 hoofdpijlers. De mucosa werd niet gesloten, vandaar de naam "open" haemorrhoidectomie. Het grote nadeel van deze procedure is i) postoperatieve pijn3, ii) anale incontinentie4 en iii) nabloedingen. Met name de pijn durante defaecationem werd door Golgher illustratief beschreven als "passing of pieces of glass through the anus".
  • Een modificatie op de Milliga-Morgan procedure is de Ferguson procedure (figuren 18 en 19). Hierbij wordt de anale mucosa met oplosbare hechtingen gesloten (zie Operatieverslag onderaan).
  • De 3-pijler haemorrhoidectomie is in feite een symptomatische behandeling van de prolaberende haemorrhoid zonder dat er een poging wordt ondernomen om de originele anale anatomie te herstellen. Er vindt simpelweg een ablatie plaats. De stapler-haemorroidectomie daarentegen heeft als doel om de originele anatomie te herstellen. Na repositie van de prolaps wordt de circulaire stapler craniaal van de anorectale overgang gebracht en excideert het distale overtollige rectummucosa (figuur 20). Hierdoor wordt de haemorrhoid naar craniaal gereefd en weer naar zijn originele anatomie getrokken. De teruggeplaatste haemorrhoid krijgt de kans om te ontzwellen en derhalve te krimpen. Echter, bij massieve graad 3-4 haemorrhoiden is er onvoldoende ruimte in de stapler, en dient men de 3-pijler procedure uit te voeren.
     
figuur 15 figuur 16 figuur 17
figuur 18 figuur 19 figuur 20

 

Operatieverslag 5

1. Operatieverslag Barronligatie (RBL = rubberenbandligatie; figuur 15)
Prone Jack Knife. Geen AB. Inbrengen van de proctoscoop of rectoscoop, deze terugtrekken tot net voorbij de linea dentata waarbij de patient moet persen, om zo precies de haemorroiden te kunnen localiseren. Opnieuw dieper inbrengen van de scoop tot net boven de linea dentata. 1 - 1,5 cm Proximaal van de gevonden haemorroiden met het zuigapparaat de mucosa aanzuigen en a.h.w. naar boven wegduwen, waarna het bandje wordt afgeschoten. Per sessie worden op drie ligaturen geplaatst.

2. Operatieverslag 3-pijler haemorrhoidectomie (Ferguson procedure; figuren 18 en 19)
Rugligging met benen in Allen-beensteunen. Geen AB-prophylaxis. Regionaal of narcose. Voorzichtige dilatatie van anus met Parkerspreider. Opspuiten van mucosa thv. van een pijler met lidocaine/1%adrenaline. Met Allisklemmen oppakken van mucosa en diathermische ovaalvormige excisie van de mucosa thv de pijler met medenemen van de de haemorrhoid. De interne anale sphincter wordt nauwletten in de gaten gehouden door intermitterend te palperen en deze wordt niet gekliefd! Hameostase. Sluiten mucosa met Vicryl rapide 3.0. Distaal van de anodermale overgang wordt de huid opengelaten. Exact dezelfde procedure wordt uitgevoerd bij de andere 2 pijlers. Anustampon ter tamponade, en de deze wordt na maximaal 1 uur verwijderd.

 

 

Bron

1. F. Seow-Choen, M Hian Kam. Haemorrhoids. Minor anorectal conditions. In: Colorectal Surgery. Elseviers-Saunders 2006.
2. J Nicholls, R Glass. Coloproctology. In: Diagnosis and outpatient management. Berlin: Springer-Verlag, 1985.
3. F Seow-Choen, YH Ho, HG Ang, HS Goh. Prospective, randomized trial comparing pain and clinical function after conventional scissor excision/ligation versus diathermy excision without ligation of symptomatic prolapsed haemorrhoids. Dis Colon rectum 1992; 35:1165-1169.
4. YH Ho, M Tan. Ambulatory anorectal manometric findings in patients before and after haemorrhoidectomy. Dis Colon Rectum 1998; 41: 1418-1420.

5. Persoonlijke ervaring Dr T.A. Drixler.

 

 

Update 10.06.2008 8:55 AM

Contact us I Copyright I Disclaimer

Advertentie

 
Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation
Wij voldoen aan de HONcode, die staat voor betrouwbare informatie over gezondheid: Controleer hier.