|
|
Ziektebeeld |
|
| Fistula ani |
| |
|
|
| Inleiding |
Een anorectaal abces is een acute infectie die verreweg in de meeste
gevallen geassocieerd kan worden met een onderliggende anorectale fistel.
Obstructie van de ducti van de anale klieren, die uitmonden ter hoogte van
de crypten van Morgagni (linea dentata), resulteert in stasis, infectie en
uiteindelijk abcedering van een anale klier. Spontane drainage van zo’n
abces vindt plaats volgens de weg van de minste weerstand. Tijdens deze
spontane drainage vindt er meestal een fistelvorming plaats. Ook na
chirurgische drainagen vindt vaak fistelvorming plaats. Anorectale abcessen worden geclassificeerd naar lokatie:
- In ca. 40% van de anorectale infecties betreft het een oppervlakkig peri-anaal abces (figuur 9 en 10). Deze bevindt zich buiten de
intersfincterische groeve. De behandeling bestaat uit een radiare incisie
van de huid op het punctim maximum. Aan de patient dient verteld te worden,
dat in ca. 50% alsnog een fistel gevormd zal worden! Het gebruik van
antibiotica is niet genidiceerd, behoudens bij of hartklepafwijkingen,
immuungecompormiteerden, uitgebreide cellulites en diabetes.
- In ca. 20-25% van de anorectale infecties betreft het een ischiorectaal abces (figuur
9).
Deze diepe abcessen ontstaan vanuit infecties van de anale crypten van
orgagni en zijn vaak geassocieerd met transfecterische fistula. Ze kunnen
gemist worden en kunnen dan leiden tot sepsis, Fourniers gangreen en grote
"horse shoe abcessen". De behandeling is operatief.
- In ca. 2-5% van de anorectale infecties betreft het een intersfincterisch abces (figuur
9). Ook hier begint de infectie vanuit een anale crypte en leiden tot een
intresfincterisch abces. Fistelvorming caudaalwaarts tussen beide sfincters
leidt tot een peri-anale fistel, terwijl craniaalwaartse "ontlasting" tot een supralevatorisch abces leidt.
- In ca. 2,5% van de anorectale infecties betreft het een supralevatorisch abces (figuur
9).
Kan ontstaan vanuit een craniaalwaarts migrerend intersfincterisch abces,
maar vaak geassocieerd met een
|
| |
Anorectale fistula ontstaan meestal
secundair aan een abces dat zich spontaan heeft ontlast of na een operatieve
ontlasting. Fistula zijn verbindingen tussen 2 ge-epithelialiseerde
oppervlakten. De classificatie hiervan volgt derhalve min of meer die van de
anorectale abcessen: submucosaal, intersfincterisch, transsfincterisch, suprasfincterisch and extrasfincterisch
(figuur 11 en 12). |
- Submucosale en intersfincterische fistula nemen 45% van de anorectale fistula voor hun
rekening (figuur 11 en 12). De behandeling bestaat uit fistulotomie en
"unroofing" van de interne (anus) en externe (huid) opening. Let op: de
externe opening bevindt zich in het sfinctercomplex.
-
Transsfincterische fistula nemen 30 % van de anorectale fisula voor hun
rekening.De fistel vertrekt vanuit de anus, doorboort zowel de
interne ls externe sfincter en draineert naar buiten ter hoogte van de
peri-anale huid (figuur 11 en 12). Meestal verder van de anus verwijderd
in vergelijking met het intersfincterische type. De behandeling,
volgens de Angelsaksische literatuur, bestaat met name
uit het plaatsen van een snijdende Seton, die intermitterend, poliklinisch
aangehaald wordt (figuur 13 en 14). Alternatieve therapien zijn
mucosale advancementplastiek (figuur 15, 16 en 17), fibrinelijm, anale
fistelplug. Een lage transfincterisch fistel mag behandeld worden zoals
een intersfincterisch fistel, dus met een fistulotomie. Let op: de externe opening bevindt zich buiten het
sfinctercomplex.
-
Suprasfincterische fistula nemen 20% van de anorectale fistula voor hun rekening (figuur 11 en 12). Ze beginnen meestal in het intersfincterische vlak, verlopen vervolgens
craniaalwaarts boven de m. puborectalis en eventueel craniaal van de m.
levator ani. De fistel kan eindigen in een supralevatorisch abces (figuur
11), maar ze draaien meestal weer caudaalwaarts en penetreren de huid ter
hoogte van de ischiorectale fossa. De behandeling bestaat met name uit de
diagnostiek en definitieve behandeling van de onderliggende pathologie:
morbus Crohn, PID, gecompliceerde
diverticulitis of complicatie na recente rectale chirurgie (bv
anastomoselekkage). In het acute stadium is abcesdrainage noodzakelijk. De
fistel dient uiteraard ook behandeld te worden middels Setonplaatsing,
advancementplastiek of alternatieven. Let op: de externe opening bevindt zich buiten het
sfinctercomplex.
-
Extrasfincterische fistula nemen 5% van de anorectale fistula voor hun rekening (figuur 11 en 12). de interne opening bevindt zich in het rectum. De behandeling bestaat
ook hier uit i) adequate behandeling van de onderliggende oorzaak, ii) in het acute stadium abcesdrainage en iii) fistelbehandeling middels Setonplaatsing
of advancementplastiek. Let op: de externe opening bevindt zich buiten het
sfinctercomplex.
|
Bovenstaande
classificatie van de anorectale fistula is theoretisch, maar hoe
identificeren we ze in de praktijk? |
- De Goodsall Rule
(figuur 18) van dateert uit 1900, maar is nog
steeds niet gedateerd. Met deze regel wordt aan de hand van de externe
opening van de fistel (peri-anaal) de waarschijnlijkheid van het
trajectbeloop naar de interne opening ter hoogte van de linea dentata
bepaald. De regel stelt dat bij een anterieure externe
fistelopening het trajectverloop lineair en radiairwaarts is. De interne
opening ter hoogte van de linea dentata bevindt zich op een fictief
getrokken lineaire radiaire lijn vanuit de externe opening. Bij een
externe fistelopening is de verwachting dat het traject boogvormig loopt
("horseshoe"). De interne opening bevindt zich ter hoogte van de
posterieure midline.
- CT, MRI en endoluminale echografie worden tegenwoordig standaard gebruikt bij
de meer complexe fisteltrajecten. Er is is derhalve geen plaats meer voor
fisulografie. Voor de niet-complexe fistels is er geen indicatie
|
| Behandeling |
- De behandeling
van anorectale abcessen en fistula kan onderverdeeld worden in een acuut stadium (abcesdrainage) en een definitief stadium. Deze
laatste kan opgesplitst worden in i) fistelbehandeling (fistelotomie,
fistelectomie, Setondrainage, advancementplastiek of mindergebruikte
alternatieven); en ii) behandeling van de onderliggende oorzaak (morbus
Crohn, PID, gecompliceerde
diverticulitis of complicatie na recente rectale chirurgie (bv
anastomoselekkage)).
|
- Een
Setondraad (elastisch- of hechtmateriaal) wordt gebruikt om i) een fistel
onder controle te houden (drainage) of ii) daadwerkelijk te behandelen. In het
laatste geval wordt de draad doorheen het fisteltraject geregen en
poliklinisch wekelijks/maadelijks aangehaald. Hierdoor wordt langzaam (!) de
externe sfincter gekliefd, waardoor de fistel oppervlakkiger komt te liggen,
om uiteindelijk de huid te klieven en los te komen. Door het langzame proces
zal de externe sfincter in staat gesteld worden om te verlittekenen en dus
minder kans op incontinentie.
|
- De behandeling
van een anorectaal abces hangt af van de lokatie van het abces. Bij
een peri-anaal- en ischiorectaal abces is de subcutane lokatie meestal wel
duidelijk. Bij een intersfincterisch abces voel je digitaal een bomberende
en extreem pijnlijke zwelling in het anaal kanaal. Een transanale punctie
kan aanvullende informatie geven.
|
- Bij een
peri-anaal en ischiorectaal abces incideer je de peri-anale huid
radiairwaarts op het punctum maximum. Indien de huid onvoldoende open
blijft staan, verzeker dan adequate drainage door een huidovaalexicisie
uit te voeren.
|
- Bij een
intersfincterisch abces benader je het abces door een cirkelvormige
incisie te maken ter hoogte van de intersfincterische groeve (angelsaksisch
= anal verge). Vervolg je route craniaalwaarts in het intersfincterisch
vlak.
|
- Bij een
supralevatorisch abces dien je uitgebreid aanvullend onderzoek te
verrichten. Radiologische of operatieve, transrectale drainage zijn
therapeutische opties.
|
- Er bestaat geen
standaardbehandeling voor een fistelbehandeling. Probeer aan de
hand van i) anamnese, ii) klinisch onderzoek; iii) de Goodsall Rule en iv)
aanvullend onderzoek (echo/MRI), de fistel in te delen in 1 van de 4
classificaties. Hiermee heb je een leidraad voor de behandeling:
|
- Laagdrempelig
onder algehele anaesthesie exploreren. Indien de externe opening
lateraal gelokaliseerd zit of multipele openingen, dan moet je niet
poliklinisch exploreren.
|
- Submucosale en
intersfincterische: fistulotomie (klieven en de-epithelialiseren). Wees
er verzekerd van dat de externe sfincter niet betrokken is in het
fisteltraject. Je hebt dan in feite een verkeerde diagnose en dus te
maken met een transfincterisch fistel! Aangezien de kans op
flatusincontinentie 3 x zo hoog is na fistulectomie in vergelijking met
fistulotomie, is er geen plaats voor een fistulectomie.
|
- Lage transfincterische fistels:
fistulotomie.
|
|
|
|
|
| Operatieverslag: anale mucosa advancementplastiek |
| Prone Jack Knife. Narcose of regionaal. Desinfectie en steriel afdekken. Geen AB prophylaxis.
Lokaliseren van de fistel ten opzichte van Goodsalls line. Inbrengen van
de Parks spreider met de kleine bladen. Intra-anaal zoeken naar interne
fistelopening (Goodsalls rule) t.h.v. de linea dentata. Alleen bij twijfel
- en dan voorzichtig - met stompe sondes sonderen. Omsnijden van de
externe fistelopening en inknippen van de fistelgang, verder prepareren
en knippen op geleide van de fistelgang, dat aan granulatieweefsel
herkenbaar is. Vervolg het fistel doorheen de externe en interne sfincter
tot aan de crypte bij de linea dentata. Zonodig kan de
interne sfincterectomie wat ruimer worden gemaakt. Vervolgens
schotelvormig uitdiepen van het ontstane huiddefect, om later een keyhole
deformiteit te voorkomen. Indien je besluit tot het achterlaten van een
snijdende Seton (figuur 13 en 14), dan opvoeren hiervan en einde behandeling. Indien je besluit
tot aan advancementplastiek (figuur 15, 16 en 17), dan sluiten van de sfincter ter hoogte van de interne
opening met Vicryl 3.0, excideren van de mucosa rondom de interne
fistelopening, creeeren van een mucosaflap en spanningsloos hechten. Controle op haemostase, en tampon
durante maximaal 1 uur. Nabehandeling: vezelrijk dieet of Movicolon; frequente
poliklinische controle (zie complicaties (vertraagde wondgenezing),
pijnstillers; zitbaden. |
| Complicaties |
-
Het succes van
fistelchirurgie wordt gemeten aan de hand van i) recidieven, ii)
vertraagde genezing, iii) faecale incontinentie en iv) anale stenosis.
-
Recidieven treden
met name op indien de interne opening niet is gevonden, laterale
lokalisatie van het fisteltraject, horseshoe fistels, complexe fistels en
fistelchirugie in de voorgeschiedenis. Zelfs bij de niet-complexe fistels
zien we een recidiefpercentage, na fistulotomie van 4-10%.
-
Wondgenezing is
binnen 6-12 weken gerealiseerd. Een vertraagde genezing zien we bij
patienten die de postoperatieve instructies onvoldoende respecteren of
pocketvorming. Frequente polibezoeken voorkomen deze complicatie
grotendeels.!
-
Incontinentie
voor flatus (en soiling) na de behandeling van intersfincterische en
transsfincterische fistula wordt beschreven bij respectieveleijk 17 en
30%.
-
Anale stenosis is
het gevolg van fibrosering van het anale litteken. Bulking van de
ontlasting (vezels) reduceert dit probleem.
-
Mucosaflapnecrose.
|
| Bron |
- Abcarian H. Perianal Crohn's disease. Semin Colon Rectal Surg
1994;5:210-5.
- Bayer I,
Gordon PH. Selected operative management of fistula-in-ano in Crohn's disease. Dis Colon Rectum 1994;37:760-5.
- Beck DE, Wexner SD. Fundamentals of anorectal surgery. New York:
McGraw-Hill, 1992:140-3.
- Brough WA, Schofield PF. The value of the rectus abdominus myocutaneous flap in the treatment of complex perineal fistula. Dis Colon Rectum
1991;34:148-50.
- Cheong DM, Nogueras
JJ, Wexner SD, Jagelman DG. Anal endosonography for recurrent anal fistulas: image enhancement with
hydrogen peroxide. Dis Colon Rectum
1993;36:1158-60.
- Choen S, Burnett S, Bartram CI, Nicholls RJ.
Comparison between anal endosonography and
digital examination in the evaluation of anal fistulae. Br J Surg 1991;78: 445-7.
- Corman ML. Colon and rectal surgery. Philadelphia: JB Lippincott 1993:99-104, 133-87.
- Deen KI, Williams JG, Hutchinson R, Keighley MR, Kumar D. Fistulas in ano: endoanal ultrasonographic assessment
assists decision making for surgery. Gut 1994;35:391-4.
- Gordon
PH. Anorectal abscesses and fistula-in-ano.
In: Gordon PH, Nivatvongs S, eds. Principles and
practice of surgery of the colon, rectum, and anus. St. Louis: Quality Medical Publishing,
1992.
- Hughes
LE. Clinical classification of perianal Crohn's disease. Dis Colon Rectum 1992;35:928-32.
- Kodner IJ, Mazor A, Shemesh EI, Fry RD, Fleshman JW, Birnbaum EH. Endorectal advancement flap
repair of rectovaginal and other complicated anorectal fistulas. Surgery 1993;114:682-90.
- Kronborg O. To lay open or excise a fistula-in-ano: a
randomized trial. Br J Surg
1985;72:970.
- Kuijpers HC, Schulpen T. Fistulography for fistula in ano: is it
useful? Dis Colon Rectum
1985;28:103-4.
- Matos D, Lunniss PJ, Phillips RK. Total sphincter
conservation in high fistula in ano: results of
a new approach. Br J Surg
1993;80:802-4.
- Morrison
JG, Gathright JB Jr,
Ray JE, Ferrari BT, Hicks TC, Timmcke AE.
Surgical management of anorectal fistulas in Crohn's disease. Dis Colon Colon 1989;32:492-6.
- Parks
AG, Gordon PH, Hardcastle JD. A classification
of fistula-in-ano. Br J Surg 1976;63:1-12.
- Payne JG.
Complications of surgery for anorectal abscess-fistula. In: Ferrari BT, Ray JE, Gathright JB, eds. Complications of colon
- Van Beers B, Grandin
C, Kartheuser A, et al. MRI of complicated anal
fistulae: comparison with digital examination. J Comput Assist Tomogr 1994;18:87-90.
- van Tets WE, Kuijpers
HC. Continence
disorders after anal fistulotomy. Dis Colon Rectum 1994;37:1194-7.
- Vasilevsky CA. Fistula-in-ano and abscess. In: Beck DE, Wexner SD, eds. Fundamentals
of anorectal surgery. New York: McGraw-Hill, 1992:131-44.
- White RA, Eisenstat
TE, Rubin RJ, Salvati EP. Seton management of complex anorectal fistulas in patients with Crohn's disease. Dis Colon Rectum 1990;33:587-9.
- Williams
JG, Rothenberger DA, Nemer ED, Goldberg SM. Fistula-in-ano in Crohn's disease: results of aggressive surgical
treatment. Dis Colon Rectum 1991;34:
378-84.
|
Update
25.12.2007 11:40 AM
|
Contact us I Copyright I Disclaimer |
|